Frequentieregeling op spuitcabines
Het is bekend dat spuitcabines veer energie verbruiken. Soms onnodig, want is voor het spuit- en droogproces
wel altijd 100% luchtomzet nodig?
Nee dus !!!!!
Rowit frequentieregelaar voordeel programma
Met het berekeningsprogramma kunt u zelf bepalen wat de financïele voordelen van het gebruik van een
Rowit frequentieregelaar zijn. In de berekening worden de kosten met en zonder gebruik van een
frequentieregelaar met elkaar vergeleken.
Voor het juiste berekeningsprogramma wordt van u gevraagd een keuze te maken uit een van de
drie onderstaande motorvermogens-groepen, om zodoende de juiste voorinstellingen van het
berekeningsprogramma te krijgen:
Aanvullende gegevens en regels voor het gebruik van de berekening vindt u aan het eind van het formulier.
Algemeen:
Spuitcabines
worden qua luchtomzet uitgerekend op een luchtsnelheid van 0,25 m/s in
een lege cabine. Dit betekent dat men bij weinig vulling van de cabine,
bijvoorbeeld alleen losse onderdelen, een goede luchtsnelheid heeft.
Een cabine heeft echter heel vaak een grotere vulling, bijvoorbeeld
losse onderdelen én een auto. In dit geval zou men met minder
luchtomzet toe kunnen.
Tevens
kan men in de meeste cabines ook drogen. Dit gebeurt ook met de
maximale luchtsnelheid, terwijl dit niet nodig is.
Om
bovenstaande redenen is het aantrekkelijk de cabine uit te rusten met
een systeem dat het mogelijk maakt om de luchtomzet/snelheid variabel
te maken. Door de frequentie te regelen van zowel de toevoer- als de
afvoerventilator, is dit mogelijk.
Frequentieregeling
in de praktijk:
Een
doorgang
bestaat uit spuittijd waarin men spuit, tussendroogt, maskeert, etc. en
een droogtijd waarin men droogt. Tijdens het spuiten heeft men drie
standen. Afhankelijk van de vulling van de cabine en het type lak wordt
de juiste stand/luchtsnelheid gekozen. Tevens zijn de standen 100%
ventilatiestanden. Dit in tegenstelling tot het IRS systeem wat ook een
recirculatiestand heeft
Stand 1:
Vollast: In deze stand heeft men de 100% luchtsnelheid
tot zijn
beschikking. Meestal wordt deze stand gebruikt voor het spuiten van
losse onderdelen. .
Stand 2:
Deellas: In deze stand heeft men ongeveer 75% van de
maximale
luchtsnelheid tot zijn beschikking. Meestal wordt deze stand gebruikt
voor grotere objecten.
Stand 3:
Stand-by : Deze stand wordt automatisch gekozen indien
men geen
perslucht meer afneemt in stand 1 of stand 2. In deze stand draait de
cabine op ongeveer 49% van de maximale luchtomzet.
Tijdens
het
drogen wordt de cabine ingesteld op ongeveer 75% van de maximale
luchtomzet. Dit is een recirculatiestand gelijk aan het IRS systeem.
Test met
de frequentieregeling
De
frequentieregeling is uitgebreid getest bij diverse
autoschadebedrijven. Hieruit is het volgende gebleken:
1
op de 5 spuitdoorgangen wordt in vollast gespoten, terwijl de rest in
deellast wordt gespoten.
Reden: Bij veel
doorgangen voldoende vulling in de cabine om met een lagere luchtomzet
te spuiten.
bij
frequentieregeling staat de cabine 70% van de spuittijd op stand-by,
terwijl bij IRS de cabine maar 30% van de spuittijd op recirculatie
staat.
Reden:
De terugschakeling van Vollast/Deellast naar Stand-by bij
frequentieregeling kan veel sneller dan de terugschakeling van
Ventileren naar Recirculeren bij IRS. Dit omdat de IRS timer
meestal
op 5 minuten staat vanwege de uitdamptijd. De frequentietimer staat
daarentegen op 1 minuut, omdat men hier geen rekening met een
uitdamptijd hoeft te houden aangezien de cabine in ventilatiestand
blijft.
Elektrabesparing
van 70%
Reden:
Tijdens drogen minder luchtomzet en veel doorgangen op deellast, dus
ook minder luchtomzet. Minder luchtomzet betekent minder opgenomen
elektravermogen.
Gasbesparing
van 30%.
Reden:
Tijdens drogen minder luchtomzet en veel doorgangen op deellast, dus
ook minder luchtomzet. Minder luchtomzet betekent minder opgenomen
brandervermogen.
Wat
betekent dit nu voor u:
* Een
aanzienlijke besparing op de energiekosten.
* Een
terugverdientijd van de investering tussen de 1 en 2 jaar.
* Cabines
zijn qua luchtomzet makkelijk aan te passen aan specifieke lakeisen.
* Minder
risico op lakbeschadigingen
* Temperatuur
in de cabine wordt gelijkmatiger, omdat men niet meer overschakelt
tussen ventileren en recirculeren.
* Geen
piekbelasting meer door softstart op de motoren.
* Geen
drukschommelingen meer tijdens overschakelen.
* Overdrukklep
van de luchtbehandelingunit wordt niet meer gebruikt omdat
nu met de frequentieregeling de overdruk wordt geregeld. Dus geen last
meer van vervuilde en vastzittende overdrukkleppen.
|